Zand

13 augustus 2014

Ik naderde haar van achter. Door het zand. Haar vlecht gaf rugdekking tegen de ochtendbries.

‘Zeven’, zei ze, half over haar schouder en keek weer naar de golven. Meteen zag ik mijzelf op mijn blote knieën in het rulle zand.

Ik knikte tegen haar rug. Onnozel natuurlijk. Op het moment dat ze haar handen in haar jaszakken stak manoeuvreerde ik me in drie stappen naast haar en zette de klep van mijn pet hoger om mijn ogen voor haar vrij te maken.

‘Kasteel’, zei ik luid vanwege de wind. Het woord moest namelijk zowel naar voren als naar links. Ook weer niet zo luid dat het te ver richting golven zou gaan. Communiceren is een vak.

Ze begreep me, riposteerde, ‘Taartjes’, waarbij in elk geval haar rechtermondhoek omhoog trok. De halve glimlach trok me verder deze ontmoeting in.

‘Lichtblauw’, vulde ze aan, waarop ik, ‘Geel’ en even later nog ‘Schep’ zei. Van haar kreeg ik de informatie van respectievelijk groen en rood. Ik voelde me blij. Dit werd een heus gesprek. Ze wees met een breed gebaar naar een serie golven en zei ‘Haiku van water’. Ik keek haar horizontale teken na en zag nog net het ritme vijf-zeven-vijf aanspoelen. De Engelse vertaling concludeerde ik.

Links van ons spoedde een hond zich een paar meter in zee om een stok te pakken. Grote stok waarmee het zeulen was. Na het deponeren op het natte zand schudde het bruine beest zich goed uit en blafte kort, klaar voor een volgende run. Ik moest terug naar de auto en met werken beginnen. Het paviljoen was open gegaan en ik wilde voor de vorm wat mailen, alles binnen vastgestelde kantooruren.

Ik bleef staan.

Meestal drong mijn tijd, trachtte de 24-uurs grens op te rekken, maar nu even niet. De vrouw naast me schopte in het zand om een kuiltje voor het wassende water aan te leggen. Ik trok een streep met de neus van mijn sportschoen van een niet bijzonder en toch bekend merk. Aanbieding.

Achter ons rimpelde het zand. Harde curven en toch behoorlijk tijdelijk. Onze conversatie was in kleur, maar dat kon vandaag niet over de omgeving worden gezegd. De horizon ging nagenoeg naadloos over in de zee en boven mij was het een tikje ander grijs, maar om van ton sur ton te spreken was al overdreven.

‘Koffie?’, vroeg ik, voor mijn doen spontaan, met een zwaai van mijn hoofd naar het terras achter mij. Als reactie deed ze een stap opzij, schudde haar hoofd. De beweging bevrijdde een vleug parfum waarvan ik niet meteen op de naam kon komen. Ik beet op mijn lip en voelde me boos worden. Op mezelf natuurlijk, maar het maakte ook dat ik zin kreeg haar de golven in te duwen. Ik balde mijn handen in mijn jeans en sloot de ogen.

Na een paar minuten voelde ik een hand op mijn bovenarm neerstrijken. Mijn biceps verzet zich tegen de aanraking. Te licht, te dichtbij na de weigering. De hand schudde zachtjes aan mijn arm en ik keek weerstandig opzij. Haar glimlach en gefronste voorhoofd zag ik niet meteen. Haar ogen wel.

‘Liever alleen’, fluisterde ze. Dat laatste kon, want onze gezichten waren vlak bij elkaar. Ogen als kiezels waarin niets reflecteerde. Hoe had ik zo blind kunnen zijn. 

EINDEenBEGIN

© 2019 inge van der wal

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram