Muilpeer

13 februari 2015

Haar grote handen schillen een geel peertje waarbij het sap als verrast bloed na een incisie tussen haar vingers loopt.

Ik zit tegenover haar op de rode skaileren eettafelstoel en krijg niets van de peer. Dat weet ik, maar ieder jaar weer hoop ik op een klein stukje vruchtvlees. Ik zou het best kunnen vragen want ik word toch al over geslagen.

Eén voor één verdwijnen partjes tussen haar lippen. Ik probeer niet te staren. Ik vouw mijn handen tussen mijn knieën uit angst dat ze zich niet beheersen en een stukje weg grissen. Er is geen speelgoed om me af te leiden.

De bel. De stenen hal ketst geluidsgolven onder deuren door.

Moeizaam staat ze in haar sloffen met een bontrandje en veegt de handen aan haar schort af. De keukendeur blijft open en ik zie haar gebloemde rug bewegen omdat ze de deur bedient en praat.

De schillen staren me aan. Ze zijn flinterdun met kleine bruine spikkeltjes en vast ook wel lekker.

Wanneer ben ik oud genoeg om in de schoolvakantie niet meer te hoeven logeren?

Daar is ze weer en controleert staande of er niets meer over is om mij dan op te dragen de krullerige slierten weg te gooien. Zelf heeft ze er ook tijd voor want ze blijft kijken hoe ik het doe en spoelt daarna het schoteltje om.

‘Dat was lekker’, mompelt ze tegen de witte gasboiler.

Nu is ze terminaal. Voorzichtig duw ik de deur van haar kamer open. Zonder te groeten leg ik mijn bagage op het voeteneind van haar bed, pak een schaal van de vensterbank en leg er de inhoud van mijn blauwwitte plastic zak in.

Langzaam stapel ik ze, mijn peertjes. Wanneer ik klaar ben rijd ik het nachtkastje met de volle schaal in haar gezichtsveld. Ze klapt haar oogleden omhoog en pupillen verwijden zich. Herkenning.

Ik glimlach tussen ons in en strijk een lok achter mijn oor. Uit mijn zwarte tas haal ik een scherp houten mesje en trek de kurk van de punt. Even kom ik in de verleiding zomaar zo’n slangetje van haar door te snijden, maar de opwelling glijdt meteen terug in mijn jaszak.

Ik kan wachten. Sinds afgelopen dinsdag is ze definitief handelingsonbekwaam.

Langzaam ontvouw ik een papieren servet, peuzel de grootste peer op en negeer de hand die ze, inclusief infuus, onder gekreun heft en mijn richting uit zwabbert.

i.WAL   2015

© 2019 inge van der wal

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram