Elastiek

6 februari 2018

Ik voel me naar. Te lang heb ik in het donker in je provisiekast om een zakje gezeten. Ik ben nog in functie, maar je mag me niet oprekken, dan word ik een koord.
Kantoorelastiek. Ik heb me bij mijn weten nooit paardenstaart-elastiek gevoeld, of een dun bruin elastiekje, zo’n kleine met een diameter van 4 centimeter in rust. Vanaf vandaag wil ik niemands elastiek meer zijn, ik trek het niet meer. Ik heb zelf gekozen voor een elastisch bestaan, maar nu wil ik opgekruld als een lange groene appelschil in een vakje liggen. Een bedstee, maar wel met de deurtjes open want ik wil op mijn beurt weleens kijken naar iets anders dan de bekende voorraad.
Soms doe ik zelf pijn, wanneer ik terugschiet tussen je handen. Dan komt mijn energie vrij en weet je even heel goed welk talent ik heb. Eigen schuld trouwens, je moet me goed vasthouden als je veel van me vraagt.
Je ziet me pas als het zakje van hard plastic keer op keer eigenwijs krakend open krult en de geur, die deel is van waar jij van geniet, eruit verdwijnt. In zo’n situatie heb je me nodig. Om beet te nemen, dicht te houden, te omwikkelen en bij elkaar te houden. Dat vind ik trouwens afschuwelijk, om mij naar dat lawaai, net zoals van de zware rol met puntige pennen, die zich bij de milieustraat vermorzelend in de container heen en weer beweegt, toe te moeten bewegen. Je dwingt me en ik kan me niet afschermen voor het harde geluid dat afwijzend klinkt.
Alleen als een zakje onwillig blijft rek je me voorzichtig uit, niet meer dan nodig. Zo zal mijn schepper Stephan Perry mij bedoeld hebben. Voorzichtig vouw je me dan om een verpakking heen en dan doe ik mijn stinkende best om je van dienst te zijn. Zodat je om me geeft, al vind je míjn vrijgekomen geur niet prettig. Het ontgaat mij niet dat je je hoofd afwendt. Die lucht is het enige in mij dat kan ontsnappen. Je zal er niet bij stilstaan. Je streelt me nooit als je me aanbrengt. Ik moet het werk doen en je bedankt me niet. Zelfs geen gemompeld complimentje. Je rukt aan mij en kijkt alleen naar het product waarmee ik ongevraagd een symbiose aan moet gaan. Waarvan ik de breedte omarm en de opengeknipte zijkant aan mij bind. Zo help ik mee aan houdbaarheid. Er zijn minder zinnige dingen te bedenken om je in het donker aan te wijden. Maar je hebt me nu te lang teveel opgerekt en ik ben verteerd. Niet door verlangen om er voor jou te zijn, maar door geen vrije dag in een laadje te krijgen, of liever nog een week. Je blijft me nodig hebben en vindt het gewoon dat je me 24/7 in de gebruiksstand laat staan. Op wacht, strak om het pak dat ik niet probeer in te snoeren al geef ik het een lichte taille. Dit doorzichtige pak is te groot voor mij en dat had je kunnen weten, want ik werd lichter van kleur toen je me er met een verbeten mond ongeduldig omheen prutste, je trok me bijna omver. In de haast smeet je me ook nog eens op een blik erwtjes en daar houd ik niet van. Dat komt omdat ik er jaloers op ben dat zij samen onder één deksel wonen en ik mijn familie achter heb moeten laten in de blauwe doos in een houten lade op de eerste verdieping. Daar kan ik nooit naar terug, ik zou niet weten hoe. Ja, in een stofzuigerzak, maar wie wil dat nou. Dan zitten er vlokken stof en haren om me heen. Als ik vrijaf wil dan bedoel ik tijd met mezelf. Ik ben inmiddels gewend aan een solitair bestaan, ik moet wel, want al het andere zit in voorraadbussen of is dicht, recht uit de winkel, op de witte plank gelegd. Je begrijpt niet dat ik geen gesprek kan voeren. Ik versta de voorraad in hun bussen niet, ze roepen vanachter de ramen. Vooral de zakken verslikken zich in hun vacuüm, ik heb meteen gezegd dat ze hun adem beter in kunnen houden. Samen zijn we alleen.Graag hoor ik als je straks thuiskomt hoe jij mij van dienst gaat zijn. Mijn geduld is op, daarom hoop ik van harte dat je niet weer eindeloos in de file staat. Negeer mij niet, want dan knap ik. Het minste is wel dat ik mijn eigen vorm mag aannemen en uit kan rusten. In lengte en dikte, met mijn 7,5 millimeter hoog, en me uit kan rekken als ik daar zin in heb, of dat ik juist verveelt in je la mag liggen. Verder vraag ik dat je me af en toe in de vensterbank legt, zodat ik mensen en dingen kan zien bewegen. Ik eis mijn bestaan op en dat betekent, zonder bemoeienis van buitenaf rekbaar rubber in meerdere dimensies zijn.

© 2019 inge van der wal

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram