Boot

14 september 2014

foto-8

‘We gaan’. De man naast me sloeg een arm om de schouders van de vrouw die buiten mijn gezichtsveld stond omdat we strak op rij aan dek hingen. Ik zag alleen de punt van een slappe leren schoudertas en een beringde hand die het hengsel bij de oksel omklemde.

Geen reactie.

We’re leaving’, zei ik opgewekt, me weer bewust van ons kleine taalgebied.

De man zette zijn schouder tussen mij en de vrouw en zei niets. Ik haalde mijn camera tevoorschijn en begon te schieten. Lucht, golf, wolk, rookpluim, railing.

Op een gegeven moment keek ik op, om en omhoog en zag de man en de vrouw aan één van de picknicktafels op het hoogste dek zitten. Je kon zien dat ze uit dezelfde pannen aten. Hun lichamen vertoonden nagenoeg evenveel overgewicht, afgezet op de bekende geslachtsgebonden plaatsen tussen armen en benen. Haar hoofd was mooi gebleven.

Ik deed of ik een meeuw in het vizier had, liet op het laatste moment de lens zakken en drukte het echtpaar af. Volgens mij had hij het gezien want hij fronste ineens zijn wenkbrauwen. Nu was het mijn beurt om te negeren. Tevreden draaide ik me om in de box, wat zo’n dek met hekken toch eigenlijk voor landrotten is. Ik staarde naar de voorbijglijdende kade en zag het schip, rommelig weerspiegeld in een glazen gebouw, onderweg zijn naar een breder wordende vaargeul. Dag IJmuiden, hello Scotland. Ergens ging een scheepstoeter en vaag hoorde ik een disconummer uit de buitenbar waar alweer het eerste geld werd verdiend. Opnieuw stond er iemand naast me. Ik ontmoette de ogen van de, mij leek Poolse, vrouw die haar zonnebril met strass steentjes in haar uitgebleekte haar had geschoven en me nu toeknikte. Ik bewoog op mijn beurt het hoofd heen en weer. Daarop zette ze een glimlach in gang waar haar ogen niet aan mee deden. Moeilijke jeugd of botox, fantaseerde ik losjes.

Ik keek achter me omhoog. Aan de tafel zaten nu twee jonge stellen die om beurten aan hun vaste partner frunnikten. Het leek me prettig zoenen onder een tricot capuchon in combinatie met een bloot richeltje boven een gestrikte jogbroekveter.

De man was nergens. In geen velden of wegen, noch stroom af- noch stroomopwaarts.

‘Ies in huut’, zei de vrouw tamelijk onverwacht, met een lage stem, vervormd door roken. ‘Iek met jou etèn?’, vroeg ze.

Ik aarzelde. De man leek me meer groot dan sterk maar ik wilde geen gedoe op een plaats die ik niet vrijwillig kon verlaten.

‘Misschien’, probeerde ik te rekken. Ze raakte mijn arm aan.

Please, I’m lonely, you know. Jij leuk’.

En jonger, dacht ik meteen. De dikte van haar ‘l’ gaf me een vooruitblik op het effect van samen een fles wijn bij het avondeten nuttigen.

‘Eerst foto maken’, stelde ik voor in een poging leuk nader inhoud te geven, en drukte op ON waarbij ik in een onopvallend gebaar haar hand van mijn arm af bewoog. Ze reageerde als een kind dat te vaak wordt vastgelegd en ging meteen met een schuin hoofd en brede lach tegen de witte reling staan, koket haar linker voet naar voren gestoken. Ik tilde mijn armen op en zocht contact via de lens. Die kantelde een kwartslag toen ik onverhoeds bij mijn linker ellenboog werd gegrepen. Ik kon wel raden wie dat was en begon me te verzetten toen ik de band van mijn fototoestel rond mijn strottenhoofd voelde.

EINDEenBEGIN

© 2019 inge van der wal

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram